Persbericht

Economische en reglementaire onzekerheden duwen het vertrouwen van de landbouwers lichtjes naar omlaag

27 juli 2012

Economische en reglementaire onzekerheden duwen het vertrouwen van de landbouwers lichtjes naar omlaag

Ter gelegenheid van de Beurs voor landbouw, bosbouw en agrovoeding van Libramont, stelt Landbouwkrediet het resultaat voor van zijn jaarlijkse enquête met betrekking tot de vertrouwensindex van de sector.

Sinds 2007 meet Landbouwkrediet het vertrouwen van de landbouwers in de toekomst van hun sector. Landbouwkrediet stelt zijn zesde landbouwvertrouwensindex voor op de 78ste Beurs voor landbouw, bosbouw en agrovoeding van Libramont. Deze unieke peiling geeft net als de vorige jaren een beeld van de verschillende thema's die de sector bezighouden.

Luc Versele, CEO van Landbouwkrediet: « Na de sombere jaren 2009 en 2010 en een jaar 2011 dat erg gunstig was dankzij een beduidende verhoging van de verkoopsprijzen, zijn de landbouwers in 2012 iets meer terughoudend. »

ONDERZOEKSMETHODE

Voor het onderzoek werd een representatieve steekproef van 1.250 Belgische landbouwers, actief in verschillende specialisaties, ondervraagd. Daardoor zijn betrouwbare resultaten per specialisatie en per landbouwstreek beschikbaar.

OPMERKELIJKSTE RESULTATEN

Lichte achteruitgang van de vertrouwensindex in Vlaanderen en in Wallonië

In Vlaanderen daalt de vertrouwensindex lichtjes van 45 naar 43 punten. Het vertrouwen bij de Waalse landbouwers daalt iets meer, namelijk van 47 naar 43. Voor het eerst sinds de lancering van de index in 2007 is het vertrouwen in beide regio's gelijk.

In Vlaanderen doen de melkveebedrijven het goed met een vertrouwensindex van 51, in Wallonië haalt deze index een score van 44. In Vlaanderen scoort de fruit- en groentesector het laagst, met een vertrouwensindex van 37. Ook de Waalse sector van het vleesvee scoort lager dan gemiddeld (39). De varkenssector lijkt na de twee crisisjaren van 2010 en 2011 wat op te leven (index van 42).

De jonge Vlaamse landbouwers zijn beduidend enthousiaster dan hun collega's uit het zuiden van het land

In Vlaanderen zijn de jonge landbouwers die minder dan 10 jaar actief zijn erg optimistisch. De vertrouwensindex is er hoog (54) en evolueert constant sinds 2009. De vertrouwensindex bij jonge boeren in Wallonië is beduidend lager (44) en daalt tegenover vorig jaar. Zoals elk jaar stellen we vast dat de landbouwers die meer dan 20 jaar actief zijn het minste vertrouwen hebben en dit zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Bij oudere landbouwers die een opvolger hebben heerst er wel meer vertrouwen (52 in Vlaanderen en 53 in Wallonië).

Eén jonge landbouwer op vijf heeft een diploma hoger onderwijs

De jongeren weten heel goed dat een goede opleiding belangrijk is om een landbouwbedrijf over te nemen. Bijna één jonge landbouwer op twee beschikt over een diploma hoger middelbaar, beroeps- of technisch onderwijs en zelfs één op vijf heeft een diploma van een niet-universitaire hogeschoolstudie.

De minder gunstige beoordeling van het financieel resultaat van het afgelopen jaar duwt het vertrouwen naar omlaag

Van de intrinsieke bestanddelen van de index is het vooral de beoordeling van het financieel resultaat van de afgelopen 12 maanden die de dalende trend van de vertrouwensindex verklaart. Het aantal landbouwers dat niet tevreden is over zijn inkomsten van de afgelopen maanden stijgt in Wallonië van 52 naar 57% en in Vlaanderen van 49 naar 56%.

De investeringsplannen blijven stabiel en betreffen milieu- en dierenwelzijngebonden projecten

De investeringsplannen van de Belgische landbouwers zijn weinig veranderd. De constructie of herinrichting van gebouwen, de uitbreiding van het bedrijf en projecten om de energiekosten van het bedrijf te drukken zijn de voornaamste investeringsplannen op korte en op lange termijn in Vlaanderen. Enkel de aankoop van landbouwmateriaal wordt meer door Waalse bedrijven overwogen.

De Vlaamse landbouwers die een investering in hun gebouwen overwegen doen dit hoofdzakelijk om verouderde gebouwen te renoveren, om hun productiecapaciteiten te verhogen en om te voldoen aan milieuvoorschriften. De belangrijkste redenen waarom Waalse landbouwers investeren in gebouwen zijn: voldoen aan de reglementering omtrent dierenwelzijn, renoveren van verouderde gebouwen en voldoen aan milieuvoorschriften. Eén Belgische landbouwer op twee overweegt te investeren in oplossingen die de energiefactuur van zijn bedrijf kan drukken.

De stijging van de productiekosten is de factor die de grootste invloed had op het bedrijfsinkomen tijdens het afgelopen jaar

De stijging van de productiekosten is ongetwijfeld de factor die het bedrijfsinkomen het afgelopen jaar het sterkst heeft beïnvloed. 59% van de Vlaamse landbouwers en 58% van de Waalse collega's vinden dat de daling van hun inkomsten te wijten is aan deze factor. Bovendien wordt de daling van de verkoopsprijzen door bijna één landbouwer op twee genoemd en dit zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Deze daling trof vooral de tuinbouw en de akkerbouw: 33% van de tuinbouwers heeft een zware daling van de verkoopsprijzen ondervonden en bijna 10% noemt ook de sanitaire problemen in verband met de E. Coli-bacterie.

De prijsdaling verzwakt de liquiditeiten van de varkens- en tuinbouwbedrijven

Zoals vorig jaar is er nauwelijks een verschil in het beheer van de liquiditeit door de gemengde en gespecialiseerde bedrijven. Maar er zijn wel verschillen in specialisatie. 42% van de varkensbedrijven verklaart in 2011 liquiditeitsproblemen te ondervinden. Vorig jaar had meer dan 70% te kampen met financiële problemen. Ook de groente- en fruittelers ondervinden financiële problemen: één op de vier tuinbouwers bevestigt tijdens het afgelopen jaar met financiële tekorten geconfronteerd te zijn geweest.

Eén landbouwer op twee heeft de inkomsten van de partner of van een bijkomende activiteit nodig om rond te komen

Bijna één Waalse landbouwer op twee en één Vlaamse landbouwer op vijf geniet inkomsten die niet rechtstreeks uit de landbouw komen. Voor 52% van de Vlaamse bedrijven tegen 43% van de Waalse zijn deze extra inkomsten noodzakelijk.

Een landbouwbedrijf lijkt steeds meer op een KMO

Eén landbouwer op twee besteedt een halve dag per week aan de administratie en de boekhouding van zijn bedrijf. 73% van de landbouwers doet de boekhouding en de administratie van zijn bedrijf zelf of doet af een toe een beroep op een boekhouder. Slechts 27% vertrouwt deze zaken volledig toe aan een expert. Tal van landbouwers hebben een computer en een internetverbinding aangeschaft om hun boekhouding te kunnen doen. Eén landbouwer op vijf heeft in een gespecialiseerde software geïnvesteerd.

Meer dan 40% van de landbouwers ziet de hervormingsvoorstellen van het GLB na 2013 als een bedreiging

De grote meerderheid van de landbouwers volgt de ontwikkelingen rond de toekomstige hervorming van het GLB: 68% van de Vlaamse landbouwers en 59% van de Waalse landbouwers vindt dat hij voldoende geïnformeerd is. Meer dan vier op de 10 ziet het als een bedreiging.

Zes landbouwers op tien zijn van mening dat de invoering van het nieuwe GLB tot een vermindering van de toeslagrechten zal leiden na 2013. Als de zoogkoeienpremies gedeeltelijk of volledig losgekoppeld zullen worden, denkt één Vlaamse landbouwer op vier eraan om zijn activiteit stop te zetten. In Wallonië is dit één op vijf.

De geschreven pers is de voornaamste informatiebron van de landbouwer. Vooral in Vlaanderen doet het internet zijn intrede.

De landbouwers blijven trouw aan de geschreven pers en meer dan 80% blijft op de hoogte van de actualiteit van de sector via gesprekken of uitwisselingen met andere landbouwers of leveranciers. 51% van de Waalse landbouwers en zelfs 65% van de Vlaamse landbouwers krijgt informatie van zijn syndicale organisatie. We stellen ook vast dat het internet veel gebruikt wordt in Vlaanderen, 61% van de landbouwers surft op verschillende websites om de landbouwactualiteit te volgen.

Tot slot

Luc Versele, CEO Landbouwkrediet: « Zoals we vorig jaar al vermoedden heeft de E. Coli-bacterie schade toegebracht en dat kan een vermindering van het vertrouwen in de tuinbouwsector verklaren. De varkenssector lijkt na twee diepe crisisjaren terug op te leven. Een ding is zeker : de landbouwer moet zich op meerdere vlakken wapenen voor de toekomst: op technisch vlak, maar ook op het gebied van financieel beheer, personeelsbeheer, marketing ... Deze studie toont aan dat toekomstgerichte landbouwbedrijven volwaardige KMO's moeten zijn. De jonge landbouwers zijn doordrongen van het belang van een goede opleiding. We pleiten ervoor de opleiding zoveel mogelijk af te stemmen op de realiteit van het dagelijks beheer van een landbouwbedrijf. »

Beheer uw rekeningen online

Zoek uw agent